geselecteerd als gefixeerd bericht

Doet poxebzie er nu eindelijk toe?
Discussie-weblog over Bas Bellemans essay Doet poxebzie er nu eindelijk toe?

Niet ter zake doende, onder pseudoniem, onder andermans naam en/of anoniem geplaatste reacties worden verwijderd. Wie reageert geeft daarbij automatisch toestemming tot publicatie van de reactie (eventueel ingekort) in Passionate Magazine.

Dit weblog staat onder redactie van Bas Belleman en Bart FM Droog.

15 November 2006
By on 03:30
EINDE

Het is mooi geweest. Ik houd ermee op. De discussie moet maar op andere plekken worden voortgezet. Ik ben niet voor een weblog in de wieg gelegd. Bovendien lijkt het een zinloze missie.

Gisteravond zat ik tijdens Poetry International samen met Hager Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer en Erik Jan Harmens in een debat van de Poxebzieclub onder leiding van Ron Rijghard. Peeters schreef recent over de onderwaardering van vrouwen in de poxebzie, Harmens over het effectbejag bij poetry slams, ik schreef over de vraag of poxebzie ertoe doet en Pfeijffer heeft ook zo zijn ideexebn. Kortom, er zaten te veel verschillende personen aan tafel. Het gesprek zwabberde alle kanten uit. Het werd nergens concreet.

Pfeijffer en Harmens hielden vol dat het in de poxebzie alleen maar om de stijl gaat. De inhoud was onbelangrijk, als het er maar goed stond. Pfeijffer zocht zijn heil in een analogie met de schilderkunst: een stilleven van drie appels op een schaaltje kan je alleen maar omver blazen als het geweldig is geschilderd.

Op mijn vraag wanneer hij voor het laatst omver geblazen is door een schilderij van drie appels op een schaaltje, kwam geen antwoord. Waarom hij het nou zo belangrijk vindt dat dichters valse dingen schrijven hoewel het alleen om de stijl gaat, kon hij ook niet verklaren. Het was stijl voor, stijl na. Er leek wel een soort angst voor de inhoud achter te zitten.

Harmens heeft onlangs een nieuwe dichtbundel uitgebracht die voor een deel over het autisme van zijn zoon gaat. Hij was blij dat ze in recensies alleen over de stijl spraken, en niet over zijn zoon. “Ik liep in polonaise door de kamer”, zei hij.

Ik zei: “Het is toch geen toeval dat je over je zoon schrijft?” Maar daar wilde hij niets van horen. Het leek een gevoelig onderwerp. Ik wilde uitleggen dat je in recensies niet over de werkelijke zoon hoeft te spreken om toch de inhoud waar te nemen. Er staan heel gevoelige dingen in zijn bundel die niet alleen mooi zijn opgeschreven, maar ook scherp waargenomen of sterk inlevend zijn. Maar het lukte me niet om dat uit te leggen.

Harmens en Pfeijffer bleven een gedicht als een gesloten systeem zien: doet er niet toe wat er in dat systeem zit, als het maar goed in elkaar steekt. Ze schoven mij soms het omgekeerde in de schoenen: een slecht geschreven gedicht kan niet gered worden door zijn inhoud. Alsof ik dat ooit zou zeggen. Het was om wanhopig van te worden.

In de discussie viel Peeters mij bij. Zij vond ook dat inhoud niet onbelangrijk was. Maar tot overmaat van ramp werd opeens Anna Enquist als voorbeeld aangedragen van een dichteres die over inhoudelijke zaken schrijft – en het leek net alsof ik dat soort poxebzie verdedigde.

Ondertussen nam ik mezelf kwalijk dat ik het debat niet beter had voorbereid. Ik had zien aankomen dat het een beetje stuurloos zou worden. Maar ik dacht: ik ken mijn essay, ik ken mijn overtuigingen, ik ken de overtuigingen van de anderen, wat kan me gebeuren?

Geen van de deelnemers aan de discussie was er achteraf tevreden over. Twee mensen zijn weggelopen uit de zaal. Er waren na afloop geen vragen meer uit het publiek.

Om kort te gaan, ik houd ermee op. Ik moet het maar gewoon in de praktijk brengen. Ik moet tonen wat voor stukken ik over poxebzie zou willen lezen door ze zelf te schrijven.

23 June 2005
By on 10:02
Splash

Splash van Jan Lauwereyns is uitgekomen. Het boek veegt grondig de vloer aan met de ideexebn van J.H. de Roder. (Voor een korte introductie van het boek en enige reacties elders op dit weblog, klik hier.)

Ik heb Splash met plezier gelezen, maar dat komt onder andere doordat ik een aantal van de auteurs die hij aanhaalt redelijk goed ken, zoals Dennett, Wittgenstein en Chomsky. Ik durf mijn kennis niet met zijn expertise te vergelijken, maar net als hij kon ik tamelijk eenvoudig gaten in de theoriexebn van De Roder aanwijzen.

De Roder stapelt wetenschappelijke blunder op wetenschappelijke blunder en Lauwereyns houdt de ene na de andere tegen het licht. Darwinisme, de ontwikkeling van taal, de oorsprong van rituelen, ‘betekenis’… Lauwereyns laat weinig onbesproken.

Soms werd het me een beetje te veel. Nu weet ik het wel, dacht ik dan. En dan kreeg ik het gevoel dat Lauwereyns De Roder probeerde te weerleggen op een vlak dat voor De Roder misschien niet werkelijk van belang is. Het lijkt De Roder helemaal niet om de waarheid te gaan.

De Roder wil nu eenmaal dolgraag dat poxebzie “in haar meest zuivere vorm” betekenisloos is. Als hij ter ondersteuning van zijn positie een wetenschappelijke theorie uit de kast kan trekken, dan doet hij dat. En als hij die theorie moet verminken om hem in zijn eigen betoog te wringen, dan doet hij dat ook – en waarschijnlijk niet eens bewust. Maar Lauwereyns stelt de vraag niet waarom De Roder zo veel interpretatie- en redeneerfouten maakt. Waarschijnlijk vond hij dat als wetenschapper niet zijn taak.

Daarentegen komt Lauwereyns met een eigen theorie waar ik ook voorzichtig mijn vraagtekens bij plaats. Splash blijkt een cocktail te zijn van SPinoza, bLAnchot en ScHultz. Grofweg komt het erop neer dat de aandrang tot schrijven de oplossing is voor (of het opheffen van) een onbereikbaar verlangen. Omdat schrijven bovendien bevredigend is, wordt het al snel verankerd het in het gedragsrepertoire van de schrijver.

Is alle schrijven inderdaad van oorsprong het verdringen van iets onbereikbaars? Het lijkt me lastig te testen – iets wat Lauwereyns overigens volmondig toegeeft. En er blijven ook wel een paar vragen onbeantwoord. Waarom is schrijven bijvoorbeeld niet voor iedereen bevredigend? Waarom streeft niet iedereen naar perfectie in het schrijven? Waarom schrijven in plaats van sporten? Waarom dichten in plaats van proza schrijven?

Het zijn zomaar wat vragen. Later (en wellicht elders) meer over zijn boek.

21 June 2005
By on 21:14
Nieuwe Passionate

Pim te Bokkel kondigde op dit weblog een “bom” aan in reactie op mijn essay, maar nu ik zijn stuk in de nieuwe Passionate heb gelezen: het valt mee. Sterker nog, zijn overwegingen in De poxebzie is geen broodzaak? sluiten bijna naadloos aan op mijn essay.

Te Bokkel: “Om de poxebzie relevant, of levend te houden is het dan ook in de eerste plaats belangrijk dat 1. de consument daadwerkelijk iets te kiezen heeft en dat 2. de consument zich ervan bewust is dat hij of zij ook zelf mag kiezen. (…) Het vormen van een mening over een gedicht heeft alleen wel tijd nodig en kan niet in een xe9xe9n uur durend Nederlandse mondeling tentamen afgedwongen worden.”

Waarom kondigde hij dan een bom aan? Waarschijnlijk hierdoor:

“Toen ik het essay van Belleman eerst zag, was ik onterecht bang dat daar alweer een dichter was die andere dichters wilde overtuigen tot het schrijven van zijn poxebzie. Ik zou het daar vanzelfsprekend niet mee eens zijn geweest.”

Godzijdank heeft hij begrepen dat het me daar niet om te doen was. Hij bedrijft geen valse polemiek, hij neemt de vraag serieus. Het is een interessant stuk. Ga het vooral lezen.

17 June 2005
By on 14:49
Het leven veranderen

Het is op dit weblog even rustig geweest, maar in de tussentijd heb ik Een verhaal dat het leven moet veranderen van Hans Goedkoop gelezen. Ik kende het niet, het was me ontgaan. Had ik het gekend, dan had ik er in mijn essay naar verwezen, ja, naar moeten verwijzen.

Het boek gaat, op een paar passages na, helemaal over proza. Maar over de poxebzie van de Maximalen zegt hij het volgende:

“Het resultaat was nauwelijks een aanbeveling voor de theorie. Het bleef in negen van de tien gevallen bij een roesachtig geraaskal, onmiskenbaar vol van hedendaagse levensverschijnselen, maar zonder daar iets over mee te delen. Het was poxebzie van het soort waar je als lezer moeilijk in kon opgaan, omdat de dichter dat zelf al deed. Hij stortte zich met zoveel overgave in zijn onderwerp dat hij erin bleef – je zwaaide hem na en vroeg je af hoe het met hem zou zijn.”
(pag. 71)

Goedkoop wil graag dat literatuur en werkelijkheid iets met elkaar te maken hebben. Hij wil graag weten hoe te leven en stelt die vraag aan de literatuur. Hij weet dat dat een provocatie is:

“Literatuur hoeft immers niets. Ze heeft geen doel of nut, dat is nou juist waar ze zich aan onttrekt, et cetera. Dat is artikel 1 uit de grondwet van de wereld van de kunst, je hoort daar met je tengels af te blijven, en als je ook maar de minste indruk wekt dat je eraan zou willen morrelen bega je dus een overtreding van de eerste orde, ongeacht de argumenten. Je doet dat niet.”
(pag. 197)

Literatuur hoeft niets, geeft Goedkoop toe, maar ze mag wel van alles. Stel je voor dat een boek of gedicht een existentixeble vraag stelt en we zien het niet, verblind als we zijn door artikel 1 uit de grondwet van de kunst. Dat zou toch zonde zijn.

Het boek eindigt met een aangrijpend verslag van Goedkoops angstaanval. Hij schrijft geen kritieken meer en legt uit waarom.

Hans Goedkoop, Een verhaal dat het leven moet veranderen
Uitgeverij Augustus, 2004

12 June 2005
By on 16:43
Verkoop (nu nog uitgebreider!)

Op de weblog van de Contrabas mengt Han van der Vegt zich in de discussie. Met zijn toestemming volgt hier de tekst.

—–

Als we aannemen dat poxebzie ertoe moet doen, zoals Bas Belleman stelt (en ik ben het daarin met hem eens), als poxebzie weer een maatschappelijke plaats en betekenis moet krijgen, dan betekent dat uiteindelijk dat poxebzie ook moet verkopen.

Natuurlijk staat het iedereen vrij de gedichten te schrijven die hij of zij schrijven wil. Natuurlijk mag iedereen poxebzie bedrijven als kunst om de kunst, als hobby of therapie. Maar wie vindt dat poxebzie onderdeel moet uitmaken van een maatschappij, die moet de consequenties aanvaarden. Wil poxebzie in die maatschappij meespreken, dan moet er ook poxebzie komen die, naast romans en non-fictie, in stapels op de tafels van de boekhandels ligt. Dan moet er poxebzie komen die opduikt in een toptien. Niet in de vorm van een bloemlezing, maar oorspronkelijke, nieuwe gedichten.

Laat ik duidelijk zijn, want dit soort dingen leidt altijd tot misverstanden: ik zeg niet dat elk gedicht, elke dichtbundel op zijn commercixeble waarde moet worden beoordeeld. Ik zeg niet dat gedichten die beter verkopen dan andere gedichten daarmee betere gedichten zijn. Ik zeg niet dat uitgeverijen dichters alleen moeten uitgeven als ze commercieel zijn. Dichters moeten blijven experimenteren, uitgeverijen moeten risico’s durven nemen. Het gaat mij erom dat de poxebzie als geheel beter gaat verkopen. Niet door makkelijker of verstaanbaarder te worden, niet door het publiek te onderschatten, maar door te schrijven wat telt in de maatschappij. Het gaat mij erom dat dichters die mee willen praten zich bewust moeten zijn van commercixeble factoren, en er niet bij voorbaat hun ogen voor moeten sluiten omdat ze vinden dat ze erboven staan. Poxebzie die in de maatschappij wil staan, staat niet boven commercixeble factoren. Dit is een maatschappij waarin geld en handel essentixeble zaken zijn. Wie in die maatschappij wil meedraaien, die moet met die factoren rekening durven houden.

2 June 2005
By on 16:15
Peeters en Harmens

De nieuwe Awater is uit met daarin de twee artikelen van Hager Peeters en Erik Jan Harmens. Ze zijn de moeite van het lezen waard. Ze sluiten bovendien mooi aan op het essay van dit weblog.

In Adieu avant-garde verbaast Hagar Peeters zich erover dat dichteressen nog altijd op xe9xe9n hoop worden geveegd, zoals in het artikel Vijf frisse vrouwen in de poxebzie van Rob Schouten in Vrij Nederland. Ze bekritiseert bovendien de postmoderne poxebziekritiek, die nieuwe normen heeft opgelegd in plaats van alleen de oude normen te doorbreken. Een gevolg van de nieuwe normen is het vervelende taboe op ‘gevoelspoxebzie’, aldus Peeters. Ze zou willen dat de critici minder bevooroordeeld zouden lezen.

In De ware volkspoxebzie valt Erik Jan Harmens de huidige poetry slam aan, waar de stem van het publiek de doorslag geeft. Hij pleit voor vakjury’s. “Een goede jury reikt niet de publieksprijs uit, maar beschermt de dichters tegen de clowns (…)”, schrijft hij. “Goede dichters kunnen poetry slams met een publieksjury maar beter overslaan en hun tijd besteden aan het schrijven van gedichten. Ze zullen hopen op waardering, erkenning en naamsbekendheid, maar worden intussen na ronde 1 anoniem via de achterdeur afgevoerd, middels een simpele schaarbeweging weggetikt door rappers en komieken.”

1 June 2005
By on 20:50
Debat op Poetry International

Voor in de agenda:

Erik Jan Harmens, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer en Bas Belleman gaan in debat tijdens Poetry International.

De aanleiding voor het debat zijn drie artikelen over de stand van zaken in de poxebzie en kritiek. Twee daarvan, geschreven door Harmens en Peeters, verschijnen in het komende nummer van Awater, dat ieder moment kan uitkomen. Het derde is het essay van Belleman dat in Passionate is gepubliceerd.

Ilja Pfeijffer is redacteur van Awater en recensent van NRC Handelsblad. Ron Rijghard (ook NRC Handelsblad, ook Awater) is de gespreksleider.

Het debat wordt georganiseerd door de Poxebzieclub en is alleen voor leden toegankelijk. Maar als u het vriendelijk vraagt, mag u misschien toch komen zonder lid te zijn. Wie weet.

——

Datum: woensdag 22 juni
Tijd: 18.45 uur
Plaats: Rotterdamse Stadsschouwburg

31 May 2005
By on 20:10
Jan Lauwereyns

In 1999 verscheen J.H. de Roders geruchtmakende pamflet Het schandaal van de poxebzie. Over taal, ritueel en biologie. De Roder stelde daarin dat de wortels van taal en poxebzie in oeroude rituelen gezocht moeten worden. De lichamelijkheid van ritme zou een bepalende factor zijn. Van daaruit lanceerde De Roder de hypothese dat poxebzie in haar meest zuivere vorm ‘neigt naar betekenisloosheid’. De reacties in de pers waren lovend.

Zie het essay Doet poxebzie er nu eindelijk toe? voor een kort commentaar op het verwaarlozen van betekenis. Maar het ziet er naaruit dat er nu een veel grondigere kritiek verschijnt.

Jan Lauwereyns legt in Splash. Lyrische suite over biologie, ritueel en poxebzie tegenspraken en omissies binnen De Roders betoog bloot. ‘Wetenschap houdt niet van contradicties’, zegt hij halverwege zijn tegenpamflet. En hij vult De Roders gegevens en hypotheses op “duizelingwekkende” wijze aan, aldus het persbericht, bijvoorbeeld met behulp van resultaten uit hersenonderzoek bij apen. Lauwereyns komt tot geheel andere conclusies, die uiteindelijk leiden tot een nieuwe theorie, waarin juist betekenis een centrale rol speelt.

Jan Lauwereyns
Splash. Lyrische suite over biologie, ritueel en poxebzie
ISBN 90 77503 26 9
128 pagina’s € 14,90
Verschijnt 10 juni 2005

——

In het essay Doet poxebzie er nu eindelijk toe? stond Bellemans commentaar er als volgt:

——

De pacificatie van de poxebzie voltrekt zich niet besmuikt. Haar ideologen denken namelijk van zichzelf dat ze rebels zijn. J.H. de Roder, volgens wie poxebzie ‘in haar meest zuivere vorm’ betekenisloos is, noemt zijn bejubelde essay daarom Het schandaal van de poxebzie (Vantilt/De Wintertuin, 2e druk 2000). Maar zijn opvatting dat alle poxebzie ‘gekenmerkt wordt door een neiging tot betekenisloosheid’ sluit naadloos aan bij de gebruikelijke strategiexebn. De Roder haalt, net als anderen, de angel uit de poxebzie. Juist het explosieve mengsel van betekenis en klank lijken me de kracht van poxebzie uit te maken, maar De Roder schildert de betekenis af als een rudimentair orgaan, zoals de blindedarm of het staartbotje.

De Roder verwijst daarbij naar het oeroude idee dat de poxebzie uiteindelijk iets ‘onzegbaars’ tracht te verwoorden. Maar het onzegbare is hooguit een constatering die aan de basis staat van het debat. Het onzegbare is geen excuus. Het maakt de poxebzie juist zo vruchtbaar en tergend. Je kunt er nooit genoeg over zeggen, maar geef de moed niet op.

—–

(Met dank aan Chretien Breukers van De Contrabas)

30 May 2005
By on 09:39
Wederom Doorman

Doorman antwoordt Vaessens:

Beste Thomas,

je hebt natuurlijk gelijk dat autonome en postmoderne poxebzie heel andere zaken zijn. Wat ik wilde zeggen, is dat de aandacht die sommige dichters en critici nu hebben voor ‘de taal’ veel lijkt op de bloedeloze autonome poxebzie van de jaren tachtig. Als je de vraag van Bas Belleman serieus neemt, hoe het komt dat de poxebzie succes heeft en er toch niet toe doet, moet je voor een deel daar het antwoord in zoeken.

Je hebt ook gelijk als je beweert dat het postmoderne dichten niet alleen op taal gericht is, en ook op de wereld, maar het punt is dat dit steeds gebeurt met een slaapverwekkend herhalen van filosofische formules. Verwachtingspatronen doorbreken, de wereld afbreken om haar weer op te bouwen, de chaos in kaart brengen zonder in coherentie te geloven, uitleggen dat dichten en taal niet dit zijn en niet dat … Natuurlijk, ook met al die postmoderne clichxe9s ben je op de wereld gericht – net als een scherpschutter die op de wolken mikt.

Ja, Yang lees ik geregeld, want ik houd van tijdschriften. Maar zo gauw een stuk aan komt zetten met ‘de taal ontregelen’, of nog eens uit gaat leggen dat coherentie en authenticiteit hebben afgedaan, gaan de kaken op gapen en belandt het arme Yang op de stapel oude kranten. Ik kan er niets aan doen, het is een reflex van de armspier.

Een dichter deed mij Van Dixhoorn cadeau, glunderend over diens waagstuk slechts xe9xe9n woord op een bladzijde te zetten. Met helden als Van Dixhoorn, die mij zo durven te ontregelen, kunnen we de volgende oorlog met vertrouwen tegemoet zien!

Ik ben helemaal niet tegen postmoderne poxebzie. Als ik afga op jullie boek, zijn mijn laatste twee dichtbundels zelfs bij uitstek postmodern, al kan mij dat niets schelen. Postmoderne dichters als Oosterhoff, Pfeijffer en Brassinga vind ik erg goed (want voorzover die ‘de taal ontregelen’ doen ze dat en passant), postmoderne dichters als Duinker, Wijnberg en Lampe niet en er is nog geen artikel waarin mij overtuigend wordt uitgelegd waarom ze interessant zijn, anders dan dat ze breken met ‘coherentie’, authenticiteit – en de taal ontregelen.

Over jullie boek moeten we het elders hebben. Het gaat in dit web-log over de inzichzelfgekeerdheid die Bas Belleman aan de orde stelt. Ik heb geloof ik liever die 1000-woordenstukjes in de krant waar jij je neus voor ophaalt, dan de doorwrochte stukken waarin al die postmoderne clichxe9s met veel omhaal van woorden nog eens worden opgedist, introvert en zelfgenoegzaam.

Een gedicht is als een stoot tussen de ogen of een geur die je gek maakt. Of het postmodern is, is van weinig belang. Ik ben niet tegen theorie, soms leef ik ervan, maar zoals de oude Zeno zegt in het boek van Svevo: ‘In zaken is theorie van het grootste nut, doch alleen toe te passen nadat de zaak beklonken is.’

25 May 2005
By on 20:46